Zorgprogramma AD(H)D

ADHD is de afkorting van Attention Deficit Hyperactivity Disorder. In Nederland noemen we het ‘aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit’. Aandachtstekortstoornis wil niet zeggen patiënten met ADHD te weinig aandacht krijgen. We spreken van aandachtstekort omdat zij zelf hun aandacht niet lang genoeg bij één taak kunnen houden.

Mensen met ADHD zijn vaak druk, onhandig, hebben veel moeite om hun aandacht voor langere tijd bij iets vast te houden, en hebben een zwakke impulscontrole. Dit kan het leren en presteren, ondanks een goed IQ, verstoren. De ADHD-gedragskenmerken kunnen de sociale contacten binnen en buiten het gezin belemmeren en kunnen het zelfbeeld en het zelfvertrouwen ernstig ondermijnen.

Het komt vaak voor dat volwassenen met ADHD in eerste instantie hulp zoeken voor andere klachten, zoals relatieproblemen, verslaving of woedebuien. Deze klachten kunnen komen door ADHD. Ook criminaliteit komt relatief vaak voor bij ADHD-patiënten.

Het gebeurt ook regelmatig dat ouders van kinderen met ADHD symptomen bij zichzelf herkennen. Omdat ADHD een ontwikkelingsstoornis is, is het voor de diagnose van belang dat de klachten al het hele leven aanwezig waren. Pas dan kan gesproken worden van ADHD. Het kan zo zijn dat de klachten later in het leven voor een grote belemmering zorgen, omdat er dan, bijvoorbeeld op het werk, andere eisen worden gesteld.

Kenmerken van ADHD

  • Aandachtsproblemen
  • Hyperactiviteit
  • Impulsiviteit

Het verwarrende is dat mensen met ADHD niet altijd druk of afgeleid zijn. Ze kunnen zich soms wel goed concentreren op bijvoorbeeld spannende films of computerspelletjes. De prikkels die ze hierbij krijgen zijn sterker en daardoor kunnen ze zich op die specifieke zaken wel goed concentreren.

Wanneer patiënten wel voldoende symptomen laten zien van aandachtstekort maar niet van hyperactiviteit en impulsiviteit, wordt er gesproken van ADD.

Bijkomende problemen

ADHD komt vaak voor in combinatie met andere stoornissen. Bijkomende problemen kunnen zijn:

  • Bewegingsstoornissen
  • Stoornissen van de conditioneerbaarheid
  • Leerstoornissen
  • Emotionele problemen of labiliteit
  • Relationele problemen
  • Slaapstoornissen

Oorzaken en risicofactoren

De oorzaken van ADHD zijn niet precies duidelijk. Wel zijn er extra risico’s bekend op het gebied van geslacht en leeftijd, individuele kwetsbaarheid en omgeving.

Geslacht en leeftijd
ADHD komt meer voor bij mannen dan bij vrouwen (twee tot drie keer zo veel).

Individuele kwetsbaarheid
Erfelijkheid speelt een belangrijke rol. Verschillen in hyperactiviteit, impulsiviteit en concentratievermogen zijn vooral erfelijk. Kinderen van ouders met ADHD krijgen in 50% van de gevallen ook ADHD. Enkele genen spelen mogelijk een rol in het ontstaan van ADHD. Deze genen hangen samen met de dopamine-stofwisseling in de hersenen. Sommige hersendelen van mensen met ADHD zijn kleiner dan bij anderen. Ook zou de hersenactiviteit in bepaalde delen van de hersenen bij mensen met ADHD minder zijn.

Omgeving
Iemands omgeving heeft geen grote invloed op het ontstaan van ADHD. De omgeving heeft waarschijnlijk wel invloed op het verloop van ADHD. Een chaotische situatie in een gezin is vaak het gevolg van ADHD bij één van de ouders. In zo’n geval is oorzaak en gevolg van ADHD niet goed meer in te schatten.

Bepaalde zaken in het gezin maken de kans groter dat ADHD blijft bestaan. Voorbeelden zijn:

  • Huwelijksproblemen
  • Lage opleiding
  • Laag inkomen
  • Minder goede maatschappelijke positie
  • Onrust vanwege de grootte van het gezin

ADHD kan al op jonge leeftijd voorkomen. ADHD komt voor bij  8% van de kinderen tussen vier en negen jaar. Bij 30% van de kinderen en adolescenten blijft ADHD bestaan tot op volwassen leeftijd. In de puberteit neemt de hyperactiviteit vaak af. Ongeveer de helft van de volwassenen houdt storende tot ernstige klachten. ADHD komt dus niet alleen voor bij kinderen, één tot 2,5% van de volwassenen heeft ADHD.

Diagnostiek
Er wordt onderzoek gedaan om te komen tot structuurdiagnose, classificatie en advisering. Voor de patiënt houdt dit in dat er voorafgaand aan behandeling vijf gesprekken plaatsvinden.

Behandeling van ADHD
De diagnose bepaalt het type zorgprogramma dat het beste aansluit. Dat programma kiezen we op basis van bewijs of op grond van ervaringen. De ernst van de klachten bepaalt het zorgpad. Er wordt hoe dan ook direct passende (specialistische) zorg ingezet waar nodig. Ook evalueren we regelmatig, gaat het ondanks de behandeling niet beter, dan kunnen we een andere behandeling kiezen. 

Doelstellingen behandeling
Onderstaand volgen mogelijke doelstellingen. De concrete doelen die worden overeengekomen tussen hulpverlener en hulpvrager worden opgenomen in het individuele behandelplan.

Voorbeelden zijn:

  • Acceptatie individuele kwetsbaarheid
  • Acceptatie verminderd functioneren
  • Verbetering van sociaal functioneren
  • Uithuisplaatsing voorkomen
  • Symptoomvermindering (klachtenafname)
  • Vermindering angst
  • Doorbreken vastgeroeste leefpatronen
  • Verbeteren communicatie
  • Ontwikkelen positief zelfbeeld
  • Verbetering impulscontrole

Programmabeschrijvingen

Afhankelijk van het totaalbeeld van de hulpvraag en hulpvrager en de doelen van de hulpverlening worden elementen uit het zorgprogramma geselecteerd en aangeboden. De aard en de ernst van de problematiek en de hulpvraag bepaalt de zorgvraagzwaarte.Voor de classificatie van ADHD biedt CAGGB een zorgprogramma voor volwassenen met ADHD. In het persoonlijke behandelplan staat het te bewandelen zorgpad beschreven. Het aantal sessies dat wordt geboden, de inhoud en het doel per sessie wordt beschreven in dit persoonlijke behandelplan. Bevindingen en plan worden vastgelegd in het elektronisch patiëntendossier (EPD).