Zorgprogramma Persoonlijkheidsstoornissen

Als u last heeft van een persoonlijkheidsstoornis, dan wordt dit vaak duidelijk als u bijna volwassen bent. U beseft dan dat uw gedrag en gevoel in relatie tot uzelf, anderen en uw omgeving anders is. U heeft te maken met zogenaamde valkuilen, dit zijn patronen die zich steeds herhalen. Zo ontstaan er problemen in het omgaan met de eigen emoties en vaak ook in contacten met anderen. Hierdoor kunnen weer andere psychische klachten ontstaan, zoals depressieve klachten.

Bij CAGGB houden we rekening met de ernst, de crisisgevoeligheid en de intensiteit die nodig is voor de behandeling (frequentie en duur). Dit kan voor sommige patiënten betekenen dat zij meer baat hebben bij een behandeling door een andere instelling met meer ondersteunende mogelijkheden.

Cluster-A-persoonlijkheidsstoornissen

Patiënten met een cluster-A-persoonlijkheidsstoornis worden vaak getypeerd als vreemd of excentriek. Er is vaak sprake van cognitief-perceptuele vervormingen, psychotische symptomen of ongewone overtuigingen en gedragingen. Tot dit cluster behoren deze drie persoonlijkheidsstoornissen:

Paranoïde persoonlijkheidsstoornis

Het essentiële kenmerk van een paranoïde persoonlijkheidsstoornis is een diepgaand wantrouwen en achterdocht ten opzichte van anderen. De motieven van anderen worden als kwaadwillig geïnterpreteerd.

Schizoïde persoonlijkheidsstoornis

De schizoïde persoonlijkheidsstoornis wordt doorgaans gekenmerkt door een gebrek aan interesse in sociale contacten. Er is vaak een grote afstand tussen de patiënt en familie en vrienden. Mensen met deze persoonlijkheidsstoornis hebben de neiging hun leven alleen te leiden. Verder is sprake van een emotionele kilte bij deze mensen.

Schizo-typische persoonlijkheidsstoornis

Deze persoonlijkheidsstoornis uit zich voornamelijk in een patroon van sociale en intermenselijke beperkingen, samengaand met een gevoel van ongemak in intieme relaties, waardoor er een verminderd vermogen bestaat tot het aangaan van intieme relaties.

Cluster-B-persoonlijkheidsstoornissen

Patiënten met een cluster-B-persoonlijkheidsstoornis worden vaak getypeerd als impulsief en/of dramatisch. Meestal is sprake van impulsieve gedragingen en instabiliteit op het gebied van emoties, identiteit en interpersoonlijke relaties. Tot dit cluster behoren deze vier persoonlijkheidsstoornissen:

Anti-sociale persoonlijkheidsstoornis

Deze persoonlijkheidsstoornis wordt gekenmerkt door antisociaal gedrag en impulsiviteit. Er is vaak sprake van gebrek aan inlevingsvermogen waardoor de betrokkene, zeker in combinatie met impulsiviteit, vaak in conflictsituaties terechtkomt. De betrokkene liegt vaak en toont niet of nauwelijks berouw of schuldgevoel.

Borderline persoonlijkheidsstoornis

De borderlinepersoonlijkheidsstoornis wordt gekenmerkt door een combinatie van emotionele instabiliteit, impulsieve gedragingen en interpersoonlijke problemen en identiteitsproblemen.

Theatrale persoonlijkheidsstoornis

Bij de theatrale persoonlijkheidsstoornis is er sprake van overdreven emotionele expressie en zoeken naar aandacht. Als betrokkenen naar hun oordeel te weinig aandacht krijgen, kunnen ze onzeker, kwaad of depressief worden. Het naar aandacht zoeken gaat vaak gepaard met ongepast flirtgedrag en het maken van seksuele avances. De emotionele uitingen zijn vaak overdreven en sterker dan in de desbetreffende situatie wordt verwacht.

Narcistische persoonlijkheidsstoornis

Kenmerken van deze persoonlijkheidsstoornis zijn een overdreven gevoel van eigenwaarde en de sterke behoefte om door anderen bewonderd te worden. Verder kan de betrokkene zich moeilijk inleven in anderen.

Cluster-C-persoonlijkheidsstoornissen

De belangrijkste kenmerken van patiënten met een cluster-C-persoonlijkheidsstoornis zijn angst en kwetsbaarheid. Deze komen bij de drie persoonlijkheidsstoornissen die tot dit cluster behoren op een verschillende manier tot uiting. Tot dit cluster behoren de drie volgende persoonlijkheidsstoornissen:

Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis

Deze patiënten gaan, hoewel ze er wel degelijk behoefte aan hebben, sociale contacten uit de weg uit angst voor afwijzing. Hierdoor maken ze een erg verlegen en geremde indruk en zijn zij bang ‘er niet bij te horen’. Verder kunnen ze zich schamen voor innerlijke en/of uiterlijke tekortkomingen, die in hun beleving sterk uitvergroot zijn.

Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis

Patiënten met deze persoonlijkheidsstoornis zien zichzelf vaak als hulpeloos en hebben een laag gevoel van eigenwaarde. Ze vertonen een overmatige afhankelijkheid van anderen en zien ingrijpen van deze anderen dan ook vaak als de oplossing van hun probleem. Ze doen ook enorm hun best om het anderen naar hun zin te maken.

Obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis

Patiënten met deze stoornis, ook wel dwangmatige persoonlijkheidsstoornis genoemd, zijn zeer perfectionistisch en ordelijk ingesteld. Handelingen en opvattingen worden vaak als volledig goed of volledig fout gezien. Ze zijn doorgaans weinig flexibel en niet geneigd tot zelfkritiek.

Persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven

Deze categorie dient voor stoornissen in het persoonlijk functioneren die niet voldoen aan de criteria van een van de specifieke persoonlijkheidsstoornissen. Een voorbeeld is de aanwezigheid van kenmerken van meer dan één specifieke persoonlijkheidsstoornis, terwijl niet voldaan wordt aan alle criteria van een van deze stoornissen afzonderlijk (‘gemengde persoonlijkheidsstoornis’), terwijl ze met elkaar toch in significante mate lijden veroorzaken of beperkingen in een of meer belangrijke gebieden van functioneren (bijvoorbeeld sociaal of beroepsmatig).

Bijkomende problemen

Een persoonlijkheidsstoornis komt vaak voor in combinatie met andere stoornissen. Bijkomende problemen kunnen zijn:

  • Stemmingsstoornis (bijvoorbeeld depressie)
  • Angststoornis
  • Somatoforme stoornis
  • Eetstoornis
  • Verslavingsstoornis
  • Andere persoonlijkheidsstoornissen 

Oorzaken en risicofactoren (Bron: Trimbos-instituut)

We weten inmiddels dat er bij de ontwikkeling van persoonlijkheidsstoornissen, meerdere genen, maar ook meerdere omgevingsinvloeden betrokken zijn. De kennis over de invloed van de omgeving op genen en vice versa neemt toe, maar toch is er nog weinig zeker. Erfelijkheid en psycho-sociale stressfactoren lijken wel een rol te spelen.

Hoe vaak komen persoonlijkheidsstoornissen voor?
Bij 13,5% van de bevolking, 60,4% van de psychiatrische patiënten en 56,5% van de behandelde verslaafden kan minimaal één persoonlijkheidsstoornis worden gediagnosticeerd. Cluster-C-persoonlijkheidsstoornissen komen het meeste voor, op de voet gevolgd door cluster-B-stoornissen. Een recente studie laat zien dat een van de meest voorkomende persoonlijkheidsstoornissen de persoonlijkheidsstoornis Niet Anderszins Omschreven is. Veel mensen hebben meer dan één persoonlijkheidsstoornis.

Diagnose

Er wordt onderzoek gedaan om te komen tot structuurdiagnose, classificatie en advisering. Voor de patiënt houdt dit in dat er voorafgaand aan behandeling vijf gesprekken plaatsvinden.

Behandeling

De diagnose bepaalt het type zorgprogramma dat het beste aansluit. Dat programma kiezen we op basis van bewijs of op grond van ervaringen. De ernst van de klachten bepaalt het zorgpad. Er wordt hoe dan ook direct passende (specialistische) zorg ingezet waar nodig. Ook evalueren we regelmatig, gaat het ondanks de behandeling niet beter, dan kunnen we een andere behandeling kiezen. 

Doelstellingen diagnostiek en behandeling

Onderstaand volgen mogelijke doelstellingen. De concrete doelen die worden overeengekomen tussen hulpverlener en hulpvrager worden opgenomen in het individuele behandelplan.

Voorbeelden zijn:

  • Acceptatie van individuele kwetsbaarheid
  • Acceptatie van verminderd functioneren
  • Verbetering van het sociaal functioneren
  • Symptoomreductie
  • Doorbreken van vastgeroeste leefpatronen
  • Verbetering van communicatie
  • Ontwikkeling van een positief zelfbeeld
  • Verbetering van de impulscontrole

Programmabeschrijvingen

Afhankelijk van het totaalbeeld van de hulpvraag en hulpvrager en de doelen van de hulpverlening worden elementen uit het zorgprogramma geselecteerd en aangeboden. De aard en de ernst van de problematiek en de hulpvraag bepaalt de zorgvraagzwaarte.

Voor de classificatie persoonlijkheidsstoornissen biedt CAGGB een zorgprogramma voor volwassenen (zorgprogramma persoonlijkheidsstoornissen volwassenen). In het persoonlijke behandelplan staat het te bewandelen zorgpad beschreven. Het aantal sessies dat wordt geboden, de inhoud en het doel per sessie wordt beschreven in dit persoonlijke behandelplan. Bevindingen en plan worden vastgelegd in het elektronisch patiëntendossier (EPD).