Zorgprogramma Stemmingsstoornissen

Iemand met een depressie is heel somber. Al het functioneren van deze persoon (affectief, cognitief, motivationeel en lichamelijk) is dan terneergedrukt). De persoon is mat en afgevlakt en het lukt niet meer om van dingen te genieten. Gedachten over zichzelf, de toekomst en de leefomgeving zijn negatief, en soms denken depressieve mensen dat ze liever niet meer willen leven.

CAGGB biedt een zorgprogramma voor mensen met een depressieve stoornis en de dysthyme stoornis (beide noemen we een unipolaire stemmingsstoornis). Deze stoornissen zijn soms nauwelijks te onderscheiden. Dysthymie is een minder ernstige stemmingsstoornis dan depressie, maar kan doordat het chronisch is ook ernstige gevolgen hebben. Het kan ook voorkomen dat bovenop een dysthyme stoornis een depressieve stoornis komt; er wordt dan gesproken van een dubbele depressie.

Naast een unipolaire stemmingsstoornis is er ook een bipolaire stoornis. Dit is bij sommigen beter bekend als manisch-depressieve stoornis. Een bipolaire stoornis is herkenbaar door een sterke wisseling van stemming tussen twee extremen: heel erg uitgelaten of juist heel erg neerslachtig. De periode waarin iemand heel erg uitgelaten of opgewonden is, heet manie of hypomanie.

Kenmerken van een depressie

  • Depressieve stemming
  • Onvermogen plezier te hebben
  • Verlies aan interesse en motivatie
  • Verandering in eetpatroon
  • Gewichtsverlies of gewichtstoename
  • Slapeloosheid of hypersomnia
  • Moeheid, verlies van energie
  • Verminderde concentratie
  • Gevoelens van waardeloosheid
  • Inadequate en irreële schuldgevoelens
  • Terugkerende suïcidegedachten en/of suïcidepogingen

Kenmerken van manische depressiviteit

  • Duidelijk verhoogde of prikkelbare stemming
  • Opgeblazen gevoel van eigenwaarde
  • Onverantwoorde risico’s nemen
  • Hoge mate van energie

Bijkomende problemen

Stemmingsproblemen komen vaak voor in combinatie met andere stoornissen:

  • Angststoornissen
  • Posttraumatische stressstoornissen.
  • Eetstoornissen
  • Somatoforme stoornissen (lichamelijke klachten zonder lichamelijke oorzaak)
  • Drugs- of alcoholmisbruik

Oorzaken en risicofactoren van een depressie

  • Geslacht en leeftijd
  • Bij vrouwen komt depressie bijna twee keer vaker voor dan bij mannen, vooral in de leeftijd van 18 tot 24 jaar.
  • Individuele kwetsbaarheid
  • Neurotische persoonlijkheid (zeer kwetsbaar voor prikkels van buitenaf)
  • Internaliserende copingstijl (problemen en stress worden naar binnen toe verwerkt)
  • Chronische lichamelijke ziekte of andere psychische stoornissen
  • Homoseksualiteit bij volwassen mannen en vrouwen
  • Erfelijke component 

Sociale omgevingsfactoren

  • Laagopgeleiden
  • Mensen zonder betaalde baan
  • Mensen die weinig sociale steun krijgen
  • Gedetineerden en vluchtelingen
  • Levensgebeurtenissen
  • Traumatische ervaringen, zoals mishandeling en verwaarlozing

Hoe vaak komt een depressie voor?

Bipolaire stoornis

Van de Nederlandse bevolking van 18 tot 65 jaar kreeg 1,3% ooit in het leven de diagnose bipolaire stoornis. Bijna evenveel vrouwen (1,4%) als mannen (1,2%) hebben ooit in het leven een bipolaire stoornis gehad. In de afgelopen twaalf maanden had 0,8% van de volwassen Nederlandse bevolking tot 65 jaar een bipolaire stoornis (mannen 0,7%, vrouwen 1,0%). In totaal hadden ongeveer 88.400 inwoners van Nederland in de afgelopen twaalf maanden een bipolaire stoornis.

Depressie

Van de volwassen Nederlandse bevolking tot 65 jaar heeft 18,7% ooit in het leven met een depressieve stoornis te kampen gehad. Bijna een kwart (24,3%) van de vrouwen heeft ooit in het leven een depressieve stoornis gehad, tegenover 13,1% van de mannen.

In de afgelopen twaalf maanden had 5,2% van de volwassen Nederlandse bevolking tot 65 jaar een depressieve stoornis (mannen 4,1%, vrouwen 6,3%). In totaal hadden ongeveer 546.500 inwoners van Nederland in de afgelopen twaalf maanden een depressieve stoornis.

Van de westerse wereldbevolking lijdt jaarlijks 4% tot 10% aan depressie, en 15% tot 17% heeft ooit in het leven een depressie gehad. De Nederlandse cijfers wijken daar dus niet veel van af.

Dysthymie

Van de volwassen Nederlandse bevolking tot 65 jaar heeft 1,3% ooit dysthymie gehad en 0,9% leed eraan in het afgelopen jaar. Van de vrouwen heeft 2% en van de mannen 0,6% ooit in het leven dysthymie gehad. In de afgelopen twaalf maanden heeft 0,9% van de volwassen Nederlandse bevolking tot 65 jaar te kampen gehad met dysthymie (mannen 0,4%, vrouwen 1,3%). In totaal hadden ongeveer 90.400 inwoners van Nederland in de afgelopen twaalf maanden dysthymie.

Diagnostiek

Er wordt onderzoek gedaan om te komen tot structuurdiagnose, classificatie en advisering. Voor de patiënt houdt dit in dat er voorafgaand aan behandeling vijf gesprekken plaatsvinden.

De diagnose bepaalt het type zorgprogramma dat het beste aansluit. Dat programma kiezen we op basis van bewijs of op grond van ervaringen. De ernst van de klachten bepaalt het zorgpad. Er wordt hoe dan ook direct passende (specialistische) zorg ingezet waar nodig. Ook evalueren we regelmatig, gaat het ondanks de behandeling niet beter, dan kunnen we een andere behandeling kiezen.

Doelstellingen diagnostiek en behandeling

Onderstaand volgen mogelijke doelstellingen. De concrete doelen die worden overeengekomen tussen hulpverlener en hulpvrager worden opgenomen in het individuele behandelplan.

Voorbeelden zijn:

  • Acceptatie van individuele kwetsbaarheid
  • Acceptatie van verminderd functioneren
  • Verbetering van sociaal functioneren
  • Uithuisplaatsing voorkomen
  • Symptoomreductie
  • Vermindering van angst
  • Doorbreken van vastgeroeste leefpatronen
  • Verbetering van communicatie
  • Ontwikkeling van een positief zelfbeeld
  • Verbetering van de impulscontrole

Programmabeschrijvingen

Afhankelijk van het totaalbeeld van de hulpvraag en hulpvrager en de doelen van de hulpverlening worden elementen uit het zorgprogramma geselecteerd en aangeboden. De aard en de ernst van de problematiek en de hulpvraag bepaalt de zorgvraagzwaarte.

Voor de classificatie stemmingsstoornissen biedt CAGGB het zorgprogramma stemmingsstoornissen. In het persoonlijke behandelplan staat het te bewandelen zorgpad beschreven. Het aantal sessies dat wordt geboden, de inhoud en het doel per sessie wordt beschreven in dit persoonlijke behandelplan. Bevindingen en plan worden vastgelegd in het elektronisch patiëntendossier (EPD).