Zorgprogramma Complexe gezinsproblematiek K&J

In gezinnen met complexe gezinsproblematiek is er op meerdere fronten iets aan de hand. De ouders hebben individuele problemen en daarnaast zijn de relaties onderling verstoord: er zijn problemen tussen de ouders onderling, de ouders en het kind of de kinderen onderling.

Een multiprobleemgezin is een gezin van minimaal één ouder en één kind dat langdurig kampt met een combinatie van sociaaleconomische en psychosociale problemen. Het gaat om gezinnen waarin naast problemen met de kinderen ook andere problemen spelen waarvoor hulp nodig is. Bovendien hebben deze gezinnen juist problemen met de hulpverlening, bijvoorbeeld omdat ze hulp afwijzen of voortijdig afbreken, of omdat ze weigeren mee te werken. Kenmerkend voor multiprobleemgezinnen is dat ze zowel problemen hebben in het gezin als problemen met de hulpverlening.

Hoofdkenmerken van een multiprobleemgezin
In multiprobleemgezinnen kunnen zich problemen voordoen op vijf gebieden:

  • het voeren van een huishouding, bijvoorbeeld door een gebrek aan regelmaat, hygiëne, financiële armslag of wooncomfort;
  • de maatschappelijke positie van het gezin: bijvoorbeeld armoede en werkloosheid;
  • de opvoeding, bijvoorbeeld pedagogisch onvermogen, verwaarlozing van kinderen of mishandeling;
  • problemen in de individuele ontwikkeling van de gezinsleden, bijvoorbeeld depressies of verslavingen;
  • de relatie tussen de (ex)partners: problemen als gevolg van echtscheiding, onderlinge spanningen of wisselende relaties.

Multiprobleemgezinnen hebben de volgende kenmerken met elkaar gemeen:

  • de problemen zijn veelvuldig en doen zich voor op meerdere levensterreinen;
  • de problemen zijn complex: de verschillende probleemgebieden lopen door elkaar en beïnvloeden elkaar;
  • de gezinnen leven jarenlang in een cyclus van oplopende spanningen, ontladingen en verzoeningen;
  • de gezinsleden zijn sterk maar negatief met elkaar verbonden: ze kunnen niet met elkaar maar ook niet zonder elkaar leven;
  • er bestaan spanningen en conflicten tussen de verschillende generaties;
  • de gezinnen vermijden of verlammen de zorg doordat ze weerstand bieden, medewerking weigeren of weinig gemotiveerd zijn.

Oorzaken en risicofactoren van een multiprobleemgezin
Opvoedingsproblemen gaan in multiprobleemgezinnen vaak samen met pedagogisch onvermogen van de ouders. Dit betekent dat in deze gezinnen kindermishandeling of verwaarlozing vaker voorkomt dan in andere gezinnen. Dit betekent dat de risicofactoren voor kindermishandeling in multiprobleemgezinnen vaak aanwezig zijn.

Risicofactoren voor kindermishandeling:

  • Problemen en persoonlijkheid van de ouder (bijvoorbeeld zelf vroeger mishandeld)
  • Kwetsbare kinderen (bijvoorbeeld kinderen die extra zorg, aandacht en geduld nodig hebben)

Leefomstandigheden (bijvoorbeeld buurten met zwakke sociale verbanden, criminaliteit, drugs, armoede en achterstand.

Het is niet bekend hoeveel multiprobleemgezinnen er in Nederland zijn.

Diagnostiek
Er wordt onderzoek gedaan om te komen tot structuurdiagnose, classificatie en advisering. Voor de patiënt houdt dit in dat er voorafgaand aan de behandeling vijf gesprekken plaatsvinden.

De diagnose bepaalt het type zorgprogramma dat het beste aansluit. Dat programma kiezen we op basis van bewijs of op grond van ervaringen. De ernst van de klachten bepaalt het zorgpad. Er wordt hoe dan ook direct passende (specialistische) zorg ingezet waar nodig. Ook evalueren we regelmatig, gaat het ondanks de behandeling niet beter, dan kunnen we een andere behandeling kiezen. 

Doelstellingen behandeling
Onderstaand volgen mogelijke doelstellingen. De concrete doelen die worden overeengekomen tussen hulpverlener en hulpvrager worden opgenomen in het individuele behandelplan.

Voorbeelden zijn:

  • Acceptatie van individuele kwetsbaarheid
  • Acceptatie van verminderd functioneren
  • Verbetering van het sociaal functioneren
  • Uithuisplaatsing voorkomen
  • Symptoomreductie
  • Vermindering van angst
  • Doorbreken van vastgeroeste leefpatronen
  • Verbetering van communicatie
  • Ontwikkeling van een positief zelfbeeld
  • Verbetering van de impulscontrole

Programmabeschrijvingen
Afhankelijk van het totaalbeeld van de hulpvraag en hulpvrager en de doelen van de hulpverlening worden elementen uit het zorgprogramma geselecteerd en aangeboden. De aard en de ernst van de problematiek en de hulpvraag bepaalt de zorgvraagzwaarte. Het aantal sessies dat wordt geboden, de inhoud en het doel per sessie wordt beschreven in dit persoonlijke behandelplan. Bevindingen en plan worden vastgelegd in het elektronisch patiëntendossier (EPD).