Zorgprogramma Eetstoornissen K&J

Er zijn verschillende soorten eetstoornissen: anorexia nervosa, boulimia nervosa en eetstoornis niet anderszins omschreven. Hieronder valt ook de eetbui-stoornis en eetproblemen bij (zeer) jonge kinderen en jongeren.

Meestal wordt bij een eetstoornis direct gedacht aan hele magere modellen, maar bij kinderen is het aan de buitenkant niet altijd even duidelijk. Door een tekort aan eten kan het zijn dat een kind niet te dun maar juist te klein is. Meestal geldt alleen voor anorexia dat ondergewicht een kenmerk is voor de eetstoornis. Voor boulimia, de andere bekende eetstoornis, geldt dat deze lastig te herkennen is doordat schaamte een grote rol speelt.

Hoofdkenmerken van eetstoornissen

  • Weigering lichaamsgewicht te handhaven
  • Intense angst om aan te komen terwijl er in werkelijkheid sprake is van ondergewicht
  • Stoornis in de lichaamsbeleving
  • Bij vrouwen en meisjes na de eerste menstruatie: het wegblijven van de menstruatie
  • Terugkerende eetbuien

Terugkerende pogingen om na de maaltijd het eten op onnatuurlijke wijze snel weer kwijt te raken. Bijvoorbeeld door de vinger in de keel te steken, te vasten, laxeer- of plasmiddelen te slikken, klysma’s en overmatige lichaamsbeweging.

Kenmerken verschillende eetproblemen

Anorexia nervosa
Anorexia nervosa wordt gekenmerkt door een opvallend ondergewicht of een groeiachterstand in combinatie met overdreven:

  • Angst om aan te komen
  • Bezig zijn met eten en/of
  • Aandacht voor de lichaamsvormen

Iemand met anorexia heeft een verkeerd beeld van het eigen lichaam en neemt zichzelf vaak dikker, groter en ronder waar dan in werkelijkheid zo is. Binnen anorexia nervosa zijn twee verschillende type eetstoornissen aan te wijzen: het type anorexia dat soms eetbuien heeft en overgeeft en andere maatregelen neemt om extra gewicht kwijt te raken, Het tweede type anorexia beperkt zich tot veel te weinig eten. 

Boulimia nervosa
Boulimia nervosa lijkt erg op anorexia nervosa, maar bij boulimia is er meestal geen sprake van ondergewicht. Vaak is aan de buitenkant nauwelijks te zien dat er iets aan de hand is. Dit komt omdat patiënten zich zó schamen voor hun vreemde eetgedrag dat ze dit goed geheim houden. Boulimia wordt gekenmerkt door regelmatige eetbuien die worden gevolgd door handelingen waardoor het kind de ingenomen calorieën weer kwijtraakt. Handelingen zijn bijvoorbeeld braken, het innemen van laxeermiddelen of bijvoorbeeld extreem veel bewegen. Ook iemand met boulimia heeft een verkeerd beeld van het eigen lichaam en neemt zichzelf vaak dikker, groter en ronder waar dan in werkelijkheid zo is. Binnen boulimia nervosa bestaan twee type eetstoornissen: het purgerende type, dit is het type boulimia dat gaat braken of laxeren en het niet-purgerende type, dit is het type dat veel gaat bewegen.

Eetstoornis niet anderszins omschreven
Van een 'eetstoornis niet anderszins omschreven' is sprake wanneer niet exact aan de criteria van anorexia nervosa of boulimia nervosa wordt voldaan. Een goed voorbeeld hiervan is de zogenaamde eetbui-stoornis, ook wel bekend als Binge Eating Disorder (BED). De eetbui-stoornis lijkt erg op boulimia nervosa, met als verschil dat iemand met een eetbuis-toornis geen maatregelen neemt om het eten/de calorieën zo snel mogelijk weer kwijt te raken.

Eetproblemen bij (zeer) jonge kinderen
Eetproblemen bij (zeer) jonge kinderen zijn een andere categorie eetproblemen. Soms hebben deze psychische, soms een lichamelijke oorzaak.

Bijkomende problemen
Eetproblemen komen vaak voor in combinatie met andere stoornissen. Bijkomende problemen kunnen zijn:

  • Angststoornissen
  • Dwangstoornissen
  • ASS
  • Stemmingsproblemen
  • Verslavingsproblemen
  • Lichamelijke problemen
  • Identiteitsproblemen

Oorzaken en risicofactoren van eetstoornissen
Het is niet duidelijk waardoor een eetstoornis ontstaat. Daar wordt op dit moment nog veel onderzoek naar gedaan. Het zou kunnen dat de mogelijkheid van het krijgen van een eetstoornis al bij de geboorte vaststaat. Daarnaast zijn er verschillende factoren die kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van een psychische stoornis (waar een eetstoornis er één van is). De volgende factoren zouden een rol kunnen spelen:

Familiaire of biologische factoren

  • Bestaan van eetstoornissen of andere psychische problemen in de familie, bijvoorbeeld depressie of alcohol-/drugsmisbruik
  • Zwaarlijvigheid in de familie
  • Vroeg ongesteld worden
  • Diabetes (suikerziekte)

Culturele factoren
Reclameboodschappen voor waar aannemen, dat wat de media zeggen geloven: dit leidt tot een slankheidsideaal met als gevolg een negatief beeld van het eigen lichaam en extreem lijngedrag. 

Omgevingsfactoren

  • Een gezin waarin zich ook andere problemen voordoen
  • Negatieve, stressvolle gebeurtenissen of omstandigheden
  • Gepest worden met het uiterlijk
  • Seksuele intimidatie of seksueel misbruik

Psychologische factoren

  • Gebrek aan zelfvertrouwen
  • Negatieve gevoelens
  • Emotionele geremdheid
  • Angstigheid
  • Perfectionisme en prestatiegerichtheid
  • Impulsiviteit
  • Obsessieve (dwangmatige) persoonlijkheidstrekken

Jonge vrouwen (15-25 jaar), topsporters, fotomodellen en balletdansers vormen een specifieke risicogroep voor het ontwikkelen van een eetstoornis.

Hoe vaak komt een eetstoornis voor?
Het is moeilijk te zeggen hoe vaak eetstoornissen precies voorkomen, veel mensen met een eetstoornis worden niet geregistreerd omdat ze geen hulp vragen. De schatting is dat in Nederland 0,3% van de kinderen tot en met achttien jaar anorexia heeft. Anorexia komt bij kinderen het meest voor in de leeftijd van 14 tot 18 jaar. Boulimia komt niet veel voor bij jonge kinderen, de gemiddelde leeftijd waarop boulimia ontstaat is 16 jaar. Boulimia komt ongeveer bij 0,2% van de kinderen voor. Over de eetstoornis niet anderszins omschreven of de eetbuistoornis zijn geen cijfers bekend.

Diagnose
Er wordt onderzoek gedaan om te komen tot structuurdiagnose, classificatie en advisering. Voor de patiënt houdt dit in dat er voorafgaand aan behandeling vijf gesprekken plaatsvinden.

De diagnose bepaalt het type zorgprogramma dat het beste aansluit. Dat programma kiezen we op basis van bewijs of op grond van ervaringen. De ernst van de klachten bepaalt het zorgpad. Er wordt hoe dan ook direct passende (specialistische) zorg ingezet waar nodig. Ook evalueren we regelmatig, gaat het ondanks de behandeling niet beter, dan kunnen we een andere behandeling kiezen. 

Doelstellingen behandeling
Onderstaand volgen mogelijke doelstellingen. De concrete doelen die worden overeengekomen tussen hulpverlener en hulpvrager worden opgenomen in het individuele behandelplan.

Voorbeelden zijn:

  • Acceptatie van individuele kwetsbaarheid
  • Acceptatie van verminderd functioneren
  • Verbetering van het sociaal functioneren
  • Uithuisplaatsing voorkomen
  • Symptoomreductie
  • Vermindering van angst
  • Doorbreken van vastgeroeste leefpatronen
  • Verbetering van communicatie
  • Ontwikkeling van een positief zelfbeeld
  • Verbetering van de impulscontrole

Programmabeschrijvingen
Afhankelijk van het totaalbeeld van de hulpvraag en hulpvrager en de doelen van de hulpverlening worden elementen uit het zorgprogramma geselecteerd en aangeboden. De aard en de ernst van de problematiek en de hulpvraag bepaalt de zorgvraagzwaarte.

Voor de classificatie eetstoornissen heeft CAGGB een zorgprogramma voor kinderen en jongeren (zorgprogramma eetstoornissen K&J). In het persoonlijke behandelplan staat het te bewandelen zorgpad beschreven. Het aantal sessies dat wordt geboden, de inhoud en het doel per sessie wordt beschreven in dit persoonlijke behandelplan. Bevindingen en plan worden vastgelegd in het elektronisch patiëntendossier (EPD).