Zorgprogramma voor kinderen en jongeren met tics

Een tic is een plotselinge, snelle, herhaalde, niet-ritmische stereotiepe, motorische beweging of vocale uiting. Als de tic uit een lichamelijke beweging bestaat (bijvoorbeeld oogknipperen) noemen we dit een motorische tic. Als je bij de tic geluid maakt (bijvoorbeeld schreeuwen) heet dit een vocale tic.

Voorbeelden van motorische tics zijn:

  • Oogknipperen
  • Trekkingen met de neus
  • Bewegen van gezichtsspieren
  • Schoudertrekkingen
  • Aanraken of rechtleggen van voorwerpen
  • Maken van gebaren

Voorbeelden van vocale tics zijn:

  • Kuchen
  • Snuiven
  • Knorren
  • Roepen van woorden of hele zinnen

Het type tics dat iemand heeft kan wisselen met de tijd. Ook de hoeveelheid tics kan dagelijks wisselen. Als er meer spanning of opwinding is, kan de hoeveelheid tics toenemen. Tics worden veroorzaakt door een verstoring in de hersenen, je hebt hier zelf geen controle over.

 Verschillende soorten ticstoornissen

Stoornis van Gilles de la Tourette

Er is sprake van een combinatie van meerdere motorische en één of meer vocale tics. De tics komen iedere dag vele keren voor gedurende ten minste één jaar en de stoornis begint voor het achttiende levensjaar.

Chronische motorische of vocale ticstoornis

De chronische motorische of vocale tic-stoornis lijkt sterk op de Stoornis van Gilles de la Tourette. Het verschil is dat er geen sprake is van een combinatie van motorische en vocale tics, maar dat een van beide voorkomt.

Passagère ticstoornis

Er is sprake van motorische en/of vocale tics voor een periode van minstens vier weken maar maximaal twaalf maanden. Ook deze stoornis begint voor het achttiende levensjaar.

Ticstoornis Niet Anderszins Omschreven

Er is sprake van duidelijke tics, maar men voldoet niet aan de criteria van een van de andere ticstoornissen.

Bijkomende problemen

Tics komen vaak voor in combinatie met andere stoornissen. Bijkomende problemen kunnen zijn:

  • ADHD
  • OCD (obsessief compulsieve stoornis)
  • ASS (autisme-spectrumstoornis)
  • Internaliserende problemen (angst en depressie)

Problemen in sociale vaardigheden

Erfelijkheid speelt een grote rol bij het ontstaan van tics. Het is nog niet bekend welke specifieke genen hierbij een rol spelen. Ook moeilijkheden bij de bevalling, een laag geboortegewicht en psychosociale stress, gecombineerd met een gevoeligheid voor het ontstaan van tics, kunnen leiden tot een ticstoornis.

Volgens een recente epidemiologische studie uitgevoerd bij kinderen tussen 7 en 15 jaar komt Gilles de la Tourette voor bij 0,6% van de kinderen, een chronische motorische tic-stoornis komt bij 0,8% van de kinderen voor. Een chronische vocale tic-stoornis komt bij 0,5% van alle kinderen voor. Bijna 2% van de kinderen tussen 7 en 15 jaar heeft dus chronisch last van tics. Bij nog eens 4,8% was in het afgelopen jaar sprake van tijdelijke tics.

Diagnostiek en behandeling

Er wordt onderzoek gedaan om te komen tot structuurdiagnose, classificatie en advisering. De diagnose bepaalt het type zorgprogramma dat het beste aansluit. Dat programma kiezen we op basis van bewijs of op grond van ervaringen.

De ernst van de klachten bepaalt het zorgpad. Er wordt hoe dan ook direct passende (specialistische) zorg ingezet waar nodig. Ook evalueren we regelmatig. Gaat het ondanks de behandeling niet beter, dan kunnen we een andere behandeling kiezen.

Doelstellingen behandeling

Hieronder staan mogelijke doelstellingen voor de behandeling. Concrete doelen, overeengekomen tussen hulpverlener en hulpvrager, worden opgenomen in het individuele behandelplan.

Voorbeelden doelstellingen:

  • Acceptatie van individuele kwetsbaarheid
  • Acceptatie van verminderd functioneren
  • Verbetering van sociaal functioneren
  • Uithuisplaatsing voorkomen
  • Symptoomreductie
  • Vermindering van angst
  • Doorbreken van vastgeroeste leefpatronen
  • Verbetering van communicatie
  • Ontwikkeling van een positief zelfbeeld
  • Verbetering van de impulscontrole

Persoonlijk behandelplan

De aard en de ernst van de problematiek en hulpvraag bepaalt de zorgvraagzwaarte. Afhankelijk van het totaalbeeld van de hulpvraag, de hulpvrager en de doelen van de hulpverlening worden elementen uit het zorgprogramma geselecteerd en opgenomen in het persoonlijke behandelplan. Hierin staat het te bewandelen zorgpad beschreven, inclusief het verwachte aantal sessies, de inhoud en het doel per sessie. Bevindingen en plan worden vastgelegd in het elektronisch patiëntendossier (EPD).