Kriebelmannetjes | Column oktober 2018

"Mèm! Mèèèm! Mèèèhèèèm!" Half slapend dool ik naar de kamer van mijn oudste. Ik voel de ergernis opborrelen: waarom slaapt hij niet door? Waarom roept hij nooit om zijn vader? Hoe lang nog voordat de wekker gaat? Hoor ik het piepje van de vaatwasser? 

Als ik het licht aanknip zie ik hem in bed zitten. Zijn slungelige lijfje hangt voorover, zijn handen zijn voor zijn ogen geslagen. Hij huilt. Ik probeer begripvol te klinken, terwijl mijn hoofd alleen aan slapen denkt. Welke kwelgeest heeft dit bedacht, nachtelijke escapades bij een zesjarige. Dat doorslapen is toch niet een tijdelijk iets? "Wat is er Jon?"

“Ik heb filmpjes Mem, de hele tijd, hij snikt en met een luide uithaal vervolgt hij: van killerclowns op YouTube!” Hij begint harder te huilen. Door mijn hoofd flitsen allerlei gedachten: wie liet hem die filmpjes zien? Dat stomme YouTube zonder leeftijdsbegrenzing! We stoppen met die iPad! Ik was ook zo bang voor clown IT, Jon wordt vast net zo angstig als ik destijds! Ik word bang van mijn eigen herinnering.

Het is zoeken naar de juiste oplossing. Ik mis de handleiding in deze. Het ontbreekt me aan goede handvatten, iets wat herhaaldelijk voorkomt sinds zijn geboorte. Ik voel me een loedermoeder.

Jon blijkt door mijn aanwezigheid al wat te kalmeren. Met wat knuffels, een slokje water en een eenvoudige uitleg over dromen blijken we een eind te komen, goh! Jon besluit zich te vermannen en stelt een eis: alle deuren open en alle lampen aan. Hij probeert opnieuw de slaap te vatten als ik garandeer dat ik vlakbij ben.

Aangekomen op de ouderslaapkamer krijg ik een verwensing toegeworpen. Hoe ik omwille van een kinderlijke nachtrust kan toestaan dat de bovenverdieping heel de straat verlicht. “Ga dan zelf!”, zeg ik bits. Ook dat nog, discussie over de opvoeding.

De volgende dagen slaapt Jon alleen in op zijn eigen voorwaarden, de straat blijft verlicht en we stoken energie-onbewust met de deuren open. Ook mag ik avond aan avond de trap op voor geruststelling. De clowns hebben hun act gestaakt, maar Jon is bang dat ze terugkomen in zijn filmpjes. Hij heeft er kriebelmannetjes van in zijn buik.

Ik besluit een collega te vragen naar haar ervaringen. In een praktijk vol psychologen en pedagogen moet toch iemand me kunnen helpen. Gerbrig biedt een luisterend oor. Ze legt uit hoe het werkt met gedachten, gevoelens en gedrag. Samen met haar besluit ik om Jon te vragen of hij zelf wil bepalen wanneer er een deur dicht mag, of een lampje uit kan. Saskia deelt een handige beloningsmethode. Jon is voetbalgek, dus als ik hem een nieuwe bal in het vooruitzicht stel zal hij vast erg gemotiveerd raken om iets sereens te maken van onze nachten.

Thuis gaan we direct aan de slag. De neongroene bal leg ik in het zicht, een papier met vier aan te kruisen vakjes prijkt op Jon zijn nachtkastje. Ik combineer de adviezen van mijn collega’s en Jon krijgt zowaar zin om zijn eigen probleem te verhelpen.

De vier nachten verstrijken voorspoedig. Jon roept niet meer, hij heeft alleen een klein nachtlampje aan op zijn kamer en de woon- en onze slaapkamerdeur mogen al dicht. Hij slaapt weer door! De bal wordt enthousiast toegeëigend. Jon is trots en vertelt over zijn doorslapen alsof hij moeder is van een nieuwbakken baby.

Enige tijd later moeten we naar de tandarts. Jon heeft feilloos in de gaten dat ik zenuwachtig ben. “Heb je kriebelmannetjes in de buik Mem?” Ik beken. Uiteraard zwak ik deze gevoelens af, Mem moet wel een beetje stoer blijven … Jon lacht en oppert zelfverzekerd: “Het licht is aan en misschien kan de deur open? Gewoon oefenen Mem! Ik ben vlakbij!”